Omdat de beurscrisis grote gaten heeft geslagen in de financiële buffers van pensioenfondsen, moet fors worden ingegrepen.
Wat is het probleem?
Voor het gros van de pensioenfondsen geldt dat hun bezittingen -
grotendeels beleggingen - door de beurscrisis minder waard zijn dan
het totaal aan toekomstige pensioenverplichtingen. Dit wordt
uitgedrukt via de zogenoemde dekkingsgraad, die bij 's lands grootste
pensioenfonds ABP eind 2008 op 90 procent lag. Dat wil zeggen:
tegenover elke euro aan pensioenverplichtingen stond 0,9 euro aan
bezittingen.
Komen uitkeringen in gevaar?
Niet direct. De dekkingsgraad betreft een momentopname. Een
dekkingsgraad van minder dan 100 procent is alleen een probleem als
een fonds plotseling wordt opgeheven en zowel aan gepensioneerden als
actieve werknemers in één keer alle uitbetalingen moet doen. In de
praktijk doen fondsen alleen maandelijks uitbetalingen aan
gepensioneerden. Dat gaat uitstekend met een dekkingsgraad van iets
minder dan 100 procent.
Wat is er mis een (klein) tekort?
Toezichthouder De Nederlandsche Bank eist dat fondsen
voorzichtigheidshalve een dekkingsgraad aanhouden van minimaal 105
procent, en legt de lat feitelijk een stuk hoger. Idee is dat fondsen
zo klappen op de beurs kunnen opvangen, zonder dat pensioenuitkeringen
in gevaar komen.
Zou de standaard dekkingsgraad bijvoorbeeld 100 procent zijn, dan zou het gat dat de beursklap van afgelopen jaar heeft geslagen veel grotere consequenties hebben voor de pensioenopbouw- en uitkeringen van deelnemers.
Wat kunnen fondsen doen?
Om tekorten weg te werken, mogen pensioenfondsen aan een aantal
knoppen draaien. De premies kunnen omhoog - zoals ABP dinsdag
aankondigde. Dat raakt werknemers die premie afdragen.
Andere optie is dat pensioenpotten van werknemers en uitkeringen van gepensioneerden niet meegroeien met de lonen en prijzen, en dus niet waardevast blijven. In jargon gaat het om wel of niet 'indexeren'. ABP, Zorg en Welzijn en Metaalelektro kiezen ervoor in ieder geval voor een periode van vier tot vijf jaar niet te indexeren.
Meest draconische maatregel is een formele korting op pensioenaanspraken. Bij veel fondsen krijgen werknemers de toezegging dat ze over 70 procent van hun gemiddelde loon pensioen opbouwen. Pensioenfondsen kunnen die lat formeel lager leggen, maar daar zien ze vooralsnog vanaf.
Hoe erg is niet-indexeren?
Erger dan je denkt. Het laten meestijgen van pensioenen met de lonen
of de inflatie, betreft namelijk niet alleen de uitkering van
gepensioneerden. Ook de reeds opgebouwde potten van werknemers worden
hierdoor geraakt. Gevolg is dat een toekomstige pensioenuitkering,
rekening houdend met de inflatie, veel lager kan uitkomen dan 70
procent van je loon.
Voor een jonge werknemer die dertigduizend euro bruto verdient, betekent drie jaar niet-indexeren al gauw dat je zelf zo'n vijfduizend euro opzij moet zetten om het ontstane pensioengat aan te vullen. Zie de eerdere Z24-publicatie: Pensioenfonds kraakt. En jij?
Wie wordt het meest getroffen?
De opbouw van pensioen via de werkgever komt bovenop de AOW, de
staatsuitkering voor de oude dag. Die bedraagt voor partners zo'n
achtduizend euro per persoon. Wie weinig pensioen heeft opgebouwd via
de werkgever en het vooral van de AOW moet hebben, merkt relatief
weinig van de malaise bij pensioenfondsen.
Werknemers met een aanzienlijk aanvullend pensioen worden harder geraakt door het uitblijven van indexatie. Dat geldt des te meer voor vijftigers die al een grote pensioenpot hebben opgebouwd. Als die pot niet waardevast blijft, heeft dat serieuze gevolgen voor de uitkering.
Is er hoop?
Een beetje. Verhoging van de pensioenpremie raakt werknemers acuut in
de portemonnee. Hetzelfde geldt voor het niet laten meegroeien van
pensioenuitkeringen met de inflatie. Dat voelen 65-plussers meteen.
Het grijze gebied ligt bij de pensioenpotten van werknemers. De tekorten van pensioenfondsen zijn op dit punt een papieren zaak. Als bijvoorbeeld de beurzen binnen enkele jaren weer aantrekken, groeien de buffers van pensioenfondsen automatisch aan. Optisch is alles dan weer in orde.
Hamvraag voor werknemers is vervolgens: gaan pensioenfondsen het gat in de opbouw met terugwerkende kracht repareren? Niet onbelangrijk, als je mikt op een waardevast pensioen voor de verre of nabije toekomst.