Het staat op pagina vijf van de ochtendkrant, haalt de normale nieuwsbulletins op de televisiejournaals niet en op internet moet je berichten erover zoeken op financieel-economische nieuwssites: de Chinese regering onderneemt actie om de huizenmarkt te temperen.

Dat is nieuws, en voor Europa - en dus ook Nederland - heel belangrijk nieuws. Want het betekent dat de Chinese regering inziet dat er inderdaad in het land zoiets als een huizenmarktbubbel aan het ontstaan is die de economie bedreigt.

Of beter gezegd: de economische groei bedreigt. En als je kijkt naar de belangen van de grote Chinese groei voor de export van bijvoorbeeld Duitsland, dan snap je meteen waarom ook wij ons zorgen zouden moeten maken.

Juiste moment
Op het moment dat Europese landen het voornamelijk van de export moeten hebben, en dan in het bijzonder van de Duitse exportmachine naar China, komt een eventueel instorten van de Chinese huizenmarkt zeer slecht uit.

Het laat zich raden waarom. De vastgoedsector beloopt inmiddels bijna 10 procent van het bruto binnenlands product. Tientallen miljoenen Chinezen, vooral in en rond de steden, werken in de bouw of in direct aan de vastgoedsector gerelateerde subsectoren. Zo'n terugval zou serieuze consequenties hebben voor de economische groei.

De vastgoedmarkt kreeg een enorme stimulans door de extra uitgaven door de Chinese regering. In 2009 pompte Beijing bijna 600 miljard dollar in de economie in de vorm van nieuwe vastgoedprojecten, wegen en andere infrastructuur. Het leidde tot een wildgroei van projecten en zelfs half leegstaande steden, zoals Ordos in Mongolië.

Huizenmarkt raakt oververhit
De geldsmijterij was even goed als aanjager, maar nu de wereldeconomie weer op stoom raakt is het te veel van het goede. De huizenmarkt raakt oververhit, is eigenlijk al een bubbel, en de grote leegstand van huizen, kantoren en fabrieksgebouwen zal de huizenprijs alleen maar omlaag trekken, daarmee de implosie verergerend.

Maar de oververhitting is nog in volle gang en de Chinese regering onderneemt stappen ter afkoeling. Om te voorkomen dat de huizenbubbel een kredietbubbel wordt, moeten Chinezen van de regering veel eigen geld meenemen als ze een huis willen kopen. Dat is goed om een kredietbubbel als gevolg van hypotheken te temperen, maar zorgt er wel voor dat Chinezen minder aan de eigen economie uitgeven.

De binnenlandse vraag in China is altijd al laag geweest doordat de Chinezen veel spaarden, en nu wordt het huis de nieuwe oude sok onder het bed waar zij hun geld in stoppen.

De regering voert ook een nieuwe belasting in die de waardestijging van huizen gaat afromen. Naar verwachting leveren dit soort aankondigingen voorzichtige dalingen van de huizenprijzen op. Om de kredietmarkt enigszins onder controle te houden heeft de regering een plan om de handel in credit default swaps (CDS, verzekering tegen het failliet gaan van obligatie-uitgevers) toe te staan voorlopig in de ijskast gezet.

Besluiten Chinese overheid
Het zijn verstandige besluiten. Zolang de binnenlandse vraag ver achter blijft bij de export, heeft de regering de inkomsten uit de export nodig om investeringen te kunnen financieren en langzaam de binnenlandse vraag opwaarts te sturen. Tegerlijkertijd voorkomt het dat de vraag naar bijvoorbeeld Duitse producten inzakt. In 2009 exporteerde Duitsland voor meer dan 36 miljard euro naar China, en naar verwachting zal dat bedrag dit jaar stijgen.

Met een vertrouwenscrisis over de Europese begrotingen en nervositeit rond de euro wordt de Europese consument weer wat wantrouwiger en denkt langer na over geld uitgeven. Dus moet Europa het van de export blijven hebben. Aangezien Duitsland onze grootste handelspartner is en dat land steeds meer exporteert naar China, kunnen ook wij maar beter hopen dat de Chinese vastgoedmarkt blijft staan als een huis.

Bron: http://www.z24.nl/analyse/artikel_145799.z24/Analyse_Kaj_Leer...